U bevindt zich hier: HomeAlgemeenVoorpaginanieuwsWater weer terug in de Rijnstraat. Een verborgen goudmijn?

Planning 2012

23 juni 2012 - plenaire bijeenkomst in Oudewater met rondwandeling, georganiseerd door de werkgroep aldaar. Leden en donateurs zijn dan ook van harte welkom. Klik hier voor het programma

12 september - wethouderoverleg (gemeente Woerden)

Eind september/begin oktober - oorkonde-uitreiking 2012
Definitieve datum moet nog worden vastgesteld. 


Water weer terug in de Rijnstraat. Een verborgen goudmijn?

De Stichting Binnenstad=in=Balans (BIB) is verheugd dat ze u een technisch rapport kunnen aanbieden over het weer terugbrengen van water in de Rijnstraat in Woerden. Een mooie openingszin die bij menig toehoorder onmiddellijk grote twijfel zal opwekken over de verstandelijke vermogens van degene die hem uitspreekt.
Want wat is het beeld? De immer goedgemutste voorzitter van de BIB reikt weer eens een rapport uit dat geld gaat kosten. Weet hij niet dat dit meteen plat valt in het geweld van tuimelende en wankelende financiële belangen waarover echt iedereen zich op dit moment grote zorgen maakt? Geachte lezer, toch durf ik het aan om uw aandacht te vragen voor ons verhaal.
De geschiedenis kent vele projecten die in moeilijke omstandigheden toch of misschien juist daarom tot een goed einde zijn gebracht. Met andere woorden, het is niet moeilijk om geld uit te geven als het in ruime mate beschikbaar is. Het gaat erom of we elkaar kunnen overtuigen van het nut om over de dichtbije horizon te willen en durven kijken.

Verpaupering

De discussie over binnensteden en hun ontwikkeling is – financiële crisis of niet - in volle gang. Winkelcentra die het altijd goed deden blijken ineens niet meer goed genoeg. Ze verpieteren en glijden af. Oorzaken zijn soms moeilijk aan te wijzen. De analyse is meestal: de tijden veranderen, de mensen geven hun geld niet meer uit op de manier waarop ze dat twintig jaar geleden deden.

Het blad Binnenlands Bestuur[1] besteedde er eerder dit jaar aandacht aan onder de aanhef: ‘Duizenden winkels staan leeg. Verpaupering van stadscentra dreigt. Door internet en vergrijzing is in de nabije toekomst landelijk 20 tot 35 procent minder winkelruimte nodig.’ Het voorbeeld in dit artikel is Schiedam, met een leegstand van 20,6% nummer één in Nederland.

Schiedam is net als Woerden een stad met geschiedenis. Bij ons is het kaas en baksteen. Daar: jenever, visserij, fraaie oude havens met dito pakhuizen. Zwart Schiedam, de historische Brandersbuurt, is er in de beruchte jaren zeventig zonder pardon met de grond gelijk gemaakt. Het centrum werd vervolgens gemoderniseerd met een parkeergarage en hier en daar een zogenaamde ‘trekker’.

Ook het FD[2] schreef over Schiedam als schrikbeeld: ‘Winkels in de grote steden doen het nog aardig, maar in de middelgrote steden en vooral op zogeheten aanlooproutes hebben winkeliers het moeilijk, zo blijkt uit recente cijfers van brancheonderzoeker Locatus. Er komt bijna geen klant meer, want bijvoorbeeld het centrum van Rotterdam is vlakbij. En internet heeft een deel van de markt overgenomen. Zo moeten steeds meer winkeliers hun zaak sluiten, waardoor de winkelstraten leger worden en het voor de rest nog moeilijker wordt om te overleven.’

Inmiddels luidt de alarmklok ook elders. NRC[3] kopte: ‘In de Limburgse winkelstraten wordt het langzaam stiller.’ Limburg spant de kroon met vijf plaatsen in de top tien van de landelijke leegstand met Echt in Midden-Limburg als provinciale koploper (19,%). De malaise wordt tot in Maastricht gevoeld. Het centrum van die stad verheugt zich nog in een leegstand van slechts 9,5%. ‘Maar,’ – zegt Cor Jongen, de voorzitter van de stichting Centrummanagement – ‘in de aanloopstraten naar het centrum gaat het om 20%. Alarmerend en beangstigend. Daar ligt verloedering op de loer.’

Oorzaken

De oorzaken zijn niet eenduidig. Is het alleen de crisis? Is het de vergrijzing? Of is het ook de verschuiving van winkelen naar shoppen op de computer? Hoogleraar Cor Molenaar van de Erasmus Universiteit denkt dat het een combinatie van oorzaken is. In AD[4] laat hij zich fotograferen voor een etalage (‘Opheffingsuitverkoop!’) in de Schiedamse Hoogstraat. De leegstand loopt volgens hem de komende jaren op naar 8 miljoen vierkante meter.

Hij vindt dat het roer om moet, ook bij vastgoedeigenaren. ‘Nu doen ze niks. Het gevolg is in zo’n Schiedamse winkelstraat zichtbaar: verloedering. Daarnaast schroeven ze nodeloos de huur op. Zij zullen hun huurbeleid moeten afstemmen op de inkomsten van een winkelier, of betaald worden op basis van het aantal bezoekers. Maar ook gemeenten zullen zich meer moeten inspannen om hoogwaardige horeca en cultuur mogelijk te maken. Winkelen is toch iets plezierigs.’

Het gemeentebestuur van Schiedam was al tot actie over gegaan. De focus richt zich op de Hoogstraat, vroeger dé winkelstraat, inmiddels verarmt tot een plek voor nagelstudio’s en belwinkels. Wat men doet? Men stuurt, met subsidie. In Binnenlands Bestuur zegt PvdA-wethouder Menno Siljee: ‘We gaan van pand naar pand. We hanteren de zoet- en zuuraanpak. Wie wil meewerken, krijgt onze steun. Wie niets wil en zijn pand laat verkrotten, krijgt een aanschrijving. Als de gemeente het goede voorbeeld geeft, gaan de ondernemers ook aan de slag.’

Ik vond dit interessant omdat je nogal eens hoort dat gemeenten weinig mogelijkheden hebben om in te grijpen in de samenstelling van het winkelaanbod in hun stad. Ik kom hier zo nog op terug. Eerst wil ik nog een paar woorden wijden aan de kosten én de baten van onze ideeën.

Voorbeelden

Zoals u weet hebben wij ons georiënteerd op voorbeelden van nieuw oud water in andere steden. Breda bijvoorbeeld waar we in de vorige collegeperiode met een delegatie uit Woerden tijdens de bouwfase op bezoek zijn geweest. Inmiddels zijn de Haven en het eerste deel van rivier de Nieuwe Mark in Breda alweer drie jaar in gebruik. Vorig jaar is de balans opgemaakt.

Breda vonden wij interessant omdat het project daar onderdeel was van een Europees programma: Water In Historic City Centers. Behalve Breda deden Den Bosch mee, Mechelen en Gent in België, en Chester en Limerick in Engeland.

Wat blijkt? Het water heeft Breda opnieuw op de kaart heeft gezet, aldus projectmanager Dirk Oudshoorn. De stad werd in 2009 verkozen tot beste binnenstad van Nederland, volgens hem een direct gevolg van de versterking van het ‘leisure-element in de binnenstad.

In het rapport staat: ‘Het aantal toeristen neemt al sinds 2004 elk jaar toe, tot ruim 1,5 miljoen in 2008. Breda kent inmiddels één van de hoogste toeristische herhaalbezoeken van Nederland en staat in de landelijke top als het gaat om het totaal aantal bestedingen. Na Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht wordt in Breda het meest uitgegeven: in 2008 besteedden toeristen een bedrag van € 216 miljoen in de stad.’

Dat water ook nu nog een bron van welvaart is was al langer bekend maar is voor het eerst in detail beschreven in Een kern van water, van Tom Bade en anderen, dat in 2009[5] uitkwam. Centraal punt in hun betoog is dat het behoud en restauratie van cultuurhistorische objecten geld oplevert, zeker als het om water gaat.

Breda wordt genoemd in deze publicatie, maar ook Den Bosch, dat de Binnendieze in ere herstelde: ‘Met gemiddeld 200.000 betalende bezoekers per jaar is het één van grootste attracties van Noord-Brabant. Deze bezoekers zullen in Den Bosch uiteraard meer activiteiten ondernemen en daarbij meer geld uitgeven dan alleen een rondvaart.’

Bade is dan ook overtuigd van de meerwaarde van historie in een stad: ‘Winkelend publiek waardeert cultuurhistorie en komt zodoende liever naar mooie, aantrekkelijke steden om boodschappen te doen in plaats van naar meer moderne, eventueel efficiënter ingerichte plekken, ook al is daar meer mogelijkheid om te parkeren en zijn de straten efficiënter ingericht. Het terugbrengen van historische grachten maakt voor het winkelend publiek de geschiedenis inzichtelijk en voegt iets toe aan de beleving van de stad.’

Uitnodiging

Wat doen wij hiermee? Wij koesteren natuurlijk de vernieuwing die zes jaar geleden in de binnenstad tot stand kwam. De renovatie van het Kerkplein en de herinrichting van de Nieuwe Markt. Een ingrijpende operatie waarover lang is nagedacht, maar is er iemand die het achteraf zonde vindt? Volgens mij niet.

Het technisch rapport over het heropenen van de Oude Rijn in de binnenstad van Woerden dat u nu krijgt aangeboden is een uitnodiging om door te gaan op die weg. Om de helmstok in handen te nemen. Dat brengt me weer terug bij het voorbeeld van Schiedam en de sturing die daar wordt gegeven aan de facelift van een belangrijke straat in de binnenstad.

Als je niet stuurt of investeert komen er geen impulsen. Iedere stad heeft een kritische massa die moet worden gevoed. Anders ontstaat stagnatie. Wij zijn niet zo somber dat we denken dat Woerden op dit moment één op één met het voorbeeld Schiedam kan worden vergeleken, maar we pleiten wel voor een open oog voor wat nodig is. Ook omdat de subsidielade, geen populair instrument, mogelijk dicht kan blijven als tijdig wordt ingegrepen.

Want: een binnenstad is een motor die optimaal moet draaien. Een verouderde motor moet je reviseren. Dat is wat in veel binnensteden aan de hand is en waarmee ook in Woerden een begin is gemaakt. Maar na A moet er B worden gezegd. Je krijgt pas weer een optimum als de lijn wordt doorgetrokken en de balans hersteld. Als de magische combinatie van zichtbare historie, musea, theater en een aantrekkelijke winkelstand zijn werk gaat doen.

En het mooie is: sterke punten uit het verleden bieden nu eens wel een garantie voor de toekomst. Dat is de verborgen goudmijn van een karaktervolle historische binnenstad.

Bert Bakker

Binnenstad=in=Balans

www.binnenstadinbalans.nl

(13 september 2011)l

inks:

persbericht 13 sep 2011

pdf bestand van dit artikel

pdf bestand Samenvatting rapport



[1]BB, mei 2011

[2]Financieel Dagblad, 25 juli 2011

[3]NRC-Handelsblad, 17 augustus 2011

[4]Algemeen Dagblad, 27 augustus 2011

[5]De economische baten van de terugkeer van het water in Nederlandse watersteden, uitgave Triple E, isbn: 978-90-8942-004-6

Ga naar boven