Op 4 maart hebben wij uw brief onrvangen over de bomenkap begin dit jaar langs de provinciale wegen N21 0 en de N204 in de Utrechtse Waarden.
De aanleiding voor het kappen van deze populieren is dat wortelopgroei, takverlies en bet omwaaien van bomen deveiligheid in het gedrang brengt. De reden dat er geen bomen worden teruggeplaatst is meerledig:
• Op grond van artikel I, lid 4 onder c is de Boswet op een wegbeplanting bestaande uit populieren of wilgen niet van toepassing. Dat wil zeggen dat er geen herplanlplicht geldt voor de gekapte populieren;
• De provincie houdt bij herplant rekening met cen veilige afstand tussen weg en bornen, de zogenaamde
obstakelvrije zone uit de landelijke CROW-nchtlijn;
• De visie van het rijk en provincie op kwaliteit van het landschap in de Utrechtse Waarden gaat uil van
openheid van het gebied en het daarmee zicht op de bebouwingslinten en de achterkades die voomamelijk
cost-west gericht zijn. Herplant op betreffende locaties past niet binnen deze visie. Ook de provinciale visie
op cultuurhistone sluit hierop aan;
• De voorgenoemde visie op het landschap en cultuurhistorie komt overeen met vigerende beheerplannen
voor beplanting langs proviciale wegen.
De komende tijd worden de genoemde beheerplannen voor provinciale wegen gcactualiseerd. De beplanting en bomenstructuur langs provinciale wegen worden in deze actualisatie bekeken. Oit gebeurt ook in het kader van de uitwerking kemkwaliteiten Nationale Landschappen waarvoor de 'Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen' wordt gemaak!. De conceprversie van het katem Groene Hart wordt dit jaar uitgebreid met 'het gebied' besproken.
Wij zeggen toe dat er gesprekken op ambtelijk niveau worden gearrangeerd met de gebiedscommissie de Utrechtse Waarden om de blijkbaar verschillende visies op het landschap en cultuurhistorie uit te wisselen en de conceptversie van het katem Groene Han te bespreken.
Wij hebben de gebiedscommissie de Utrechtse Waarden gevraagd de visie uit 'het gebied', waaronder uw Stichting, te vertegenwoordigen in de genoemde overleggen.
Wij realiseren ons dat, ondanks de communicatie over de voorgenomen kap in brieven aan betreffende gemeenten en publicatie in de krant, gerichte aandacht over mogelijk- ofonmogelijkheden voor herplant en de communicatie daarover beter had gekund. Wij zullen erop toezien dat in de toekomst meer en beter aandacht wordt besteed aan de communicatie en afstemming met 'het gebied' de Utrechtse Waarden.
Hoogachtend,
Drs. R.W. Krol
Gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Stedelijke Vernieuwing en Landelijk Gebied

